in Si & la, Stukjes

Agje

Met verdriet loop je niet te koop, je huurt het levenslang.

Allang wil ik een boekje opendoen over mijn stommiteiten en dat is slecht voor een onhele reeks.
Mea culpa, mea maxima pulpa.

Maar waaraan je niets kan doen, grijpt nog het meest.

Nu wil ik het hebben over mijn bij leven oudste dochter, waarvoor de zoveelste traan emmert in de diepste put van het gemene verdriet. Alweer wiggelt het verdrietschap over mijn wangen, de navigator van schijn, de schaduw van zijn. Maar vervader u of je komt er met je oude foetus van liefde nooit uit. En hoe dan ook is dat zo.

Eigenlijk had mijn vrouw ze Heidie willen heten, maar slechts als kleine aandeelhouder, je wist het weer laconiek beter. Hey, die! Nu ligt het arme kind schuldloos onder een wit marmeren grafsteentje met daarop Olaerts-Storms. Ja, in italiek. Van Stormsschade gesproken.

Nu waren er wel al een beetje verwikkelingen geweest, een ralatie heb je nooit alleen. Maar een vrouw moet het alleen dragen.

Mijn vrouw was nog recent bij haar dokter geweest in de verloskunde. Maar toen haar verstekeling al na acht maanden de schuilplaats wilde verlaten bleek ons pechliefje bij de laatste controle al dood maar nog niet begraven. De intimiteit stiekem ter aarde bestellen: in een wit kistje onze levenshoop. Een vrouw kan niet erger bedrogen worden.

Wanneer we voor de laatste keer kwamen bij die gynaecoloog, het had iets weg van liegen, sprak die ijsweg: “We moeten een kat een kat noemen.” Tja, een ratje voor kat Natuur. Hij probeerde nog te zalven met een kwak smeersel. Heerbetoon aan ons onbekend soldaatje van oudergeluk.

Lang na erratum van het ongeschreve kreeg ons achje een naam als geen ander. Agje. Van A. en G. Want, denken wij, daar heeft ze veel van weg, haar zussen. En als ik ons kleindochter zie, murmel ik mijn binnenste: ”Kijk Agje, dat is je nichtje”.

Komt Agje ook van aagje?

Alhoewel ons Agje van 1974 is, werd er 1995 een soort schilderijtje van gemaakt, door Gerda Smit.
Ik noem het een soort zweefdruk. Ze staat er fijntjes op met pittig en pienter kopje, met ook Annitazwart haar. Met een rood truitje in een bakwagen met op de achtergrond blauwe lucht, zoals ze nooit is.
Eigenlijk is het een kar. Het loopt op wieletjes. Maar Gerda weet het niet en ik kan het haar ook niet meer vertellen, want in 2004 reeds overleden. Of misschien toch.

Ik heb met ons Agje meer gesproken dan met mijn twee andere dochters. Omdat ze ouder is. En zo vaak zeg tegen haar: “Hey, meisje, Heidie, jij weet nog het meest wat voor een vader dat je hebt!”

Agje gaat nooit voorbij.